Van Rijn omarmt plannen Nederlands-Indische gemeenschap voor erkenning verleden

Uit Wikinieuws
Ga naar: navigatie, zoeken
Help mee met het schrijven van nieuwsberichten op Wikinieuws. Klik hier om een nieuw artikel aan te maken.

11 augustus 2017 

Samen met vertegenwoordigers van de Nederlands-Indische gemeenschap (Indisch Platform, Indisch Herinneringscentrum, Stichting Pelita en Stichting Herdenking 15 Augustus 1945) heeft staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) afspraken gemaakt over de verankering van het Indisch verleden in de Nederlandse samenleving. Belangrijk onderdeel van deze zogenaamde collectieve erkenning is een centrale ontmoetings- en herinneringsplek, een Indische pleisterplaats, aan de Sophialaan 10 in Den Haag. Ook zijn afspraken gemaakt over het verbreden van herdenkingsactiviteiten en het zorgaanbod voor de eerste generatie Indische Nederlanders. Van Rijn stelt voor de plannen jaarlijks zo’n 1,5 miljoen euro beschikbaar. Vanaf 2022 is dat jaarlijks 1 miljoen euro. Dat schrijft de bewindsman vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Staatssecretaris Martin van Rijn en vertegenwoordigers van de Nederlands-Indische gemeenschap onthullen een bijzondere herinnering uit de tijd dat de Japanners Nederlands-Indië bezette: op de foto is een kookpan te zien die door een militair in verschillende Japanse interneringskampen van maart 1942 tot kort na de Japanse bezetting is gebruikt. De pan heeft indrukwekkende inscripties van data, plaatsen en gebeurtenissen, waaronder de kennismaking met Lady Mountbatten op 16-09-1945. Met de onthulling ervan geven de partijen het startsein van de pleisterplaats in Den Haag.

Nederlands-Indië werd op 8 maart 1942 bezet door de Japanners. Zowel de inheemse bevolking als de Nederlandse burgers en militairen ondergingen een zware oorlogstijd. Na de Japanse capitulatie en tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd zijn vanaf 1945 circa 300.000 personen naar Nederland getrokken in grofweg vier migratiegolven. Het bestaan in Nederland viel deze mensen vaak niet gemakkelijk: ontheemd, berooid en vaak getraumatiseerd trof men een land in opbouw aan waar weinig interesse was voor het leed dat men in Azië had moeten ondergaan. In gesprekken met vertegenwoordigers van de Nederlands-Indische gemeenschap bleek er brede steun om te zoeken naar een passende wijze van een brede ‘collectieve erkenning’ van hetgeen men in Nederlands-Indië en na aankomst in Nederland heeft meegemaakt.

Indische pleisterplaats

De Nederlands-Indische gemeenschap hecht veel waarde aan de ontwikkeling van een pleisterplaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en waar een groot publiek en komende generaties kennis kunnen maken met datgene dat tijdens de Japanse bezetting, de Bersiap-periode en de dekolonisatieoorlog in Nederlands-Indië plaatsvond. In deze pleisterplaats zal ook het Indisch Herinneringscentrum gehuisvest worden.

Herdenken en zorgaanbod

Naast de ontwikkeling van de pleisterplaats zijn ook afspraken gemaakt over het verbreden van de herdenkingsactiviteiten rondom de nationale herdenking van de Japanse capitulatie op 15 augustus. Zo wordt er een virtueel Indisch monument met oorlogsverhalen ontwikkeld en is er extra inzet bij de jaarlijkse kransleggingen op de Aziatische erevelden. Om meer passende en persoonsgebonden zorg te kunnen bieden wordt in de zorg aan eerste generatie Indische Nederlanders en naoorlogse generaties meer ingezet op kennis van hetgeen wat ten tijde van de Japanse bezetting en kort daarna in Nederlands-Indïe is gebeurd.

Bronnen[bewerken]

Licentie

Logo Rijksoverheid
De eerste versie van dit bericht is afkomstig van www.rijksoverheid.nl, de tekst kan op Wikinieuws zijn aangepast. Tenzij anders vermeld is hier Creative Commons zero (CC0) op van toepassing. Bij hergebruik ervan is de naamsvermelding niet verplicht. De Rijksoverheid onderschrijft niet zonder meer de strekking van het afgeleide werk.




Zelf schrijven? Hoe schrijf ik een artikel?